De Ploegmakers Groep, gespecialiseerd in groen, grond en infra, faciliteerde op 16 januari de Kennismiddag Uien georganiseerd door Vlamings BV. Deze agrarisch toeleverancier is gespecialiseerd in gewasbescherming, bemesting en teeltadvies. Tijdens de kennismiddag uienteelt stond het volgende advies centraal: “Alles valt of staat met de het juiste ras, de juiste bemesting en een degelijk gewasbeschermingsschema. Stress gaat altijd ten koste van de opbrengst.”
De Ploegmakers Groep blijkt een inspirerende locatie te zijn, niet alleen vanwege hun werkzaamheden in de uienteelt maar ook door hun vooruitstrevende praktijken op het gebied van drainage en waterhuishouding.
De adviserende rol van Vlamings BV wordt steeds groter door veranderende standaarden in de akkerbouwsector. Dat bevestigen ook teeltadviseurs Mark Broeks en Nick van den Berkmortel. De akkerbouwsector is dringend op zoek naar nieuwe, toekomstbestendige werkwijzen. Om deze puzzel verder op te lossen, organiseerde Vlamings BV de Kennismiddag Uien om een breed scala aan onderwerpen te behandelen. Onderwerpen zoals de nieuwste ontwikkelingen in drainagetechnieken, (stikstof)bemesting, rassenkeuzes en biostimulanten kwamen uitgebreid aan bod.
Ontwikkelingen bij de Ploegmakers groep
De afgelopen jaren behoren extreme droogte en natte gronden tot topzorgen van akkerbouwers. De hoogste tijd dus voor technische ondersteuning die hen het groeiseizoen doorhelpt. Deze kans grijpt De Ploegmakers Groep aan en presenteert, mede namens dochterbedrijf Hydrus Ecosystems en partnerbedrijf Alldrain, haar nieuwste technieken en inzichten op de Kennismiddag Uien.
Peilgestuurde drainage
Peilgestuurde drainage is volgens De Ploegmakers Groep en Hydrus Ecosystems het meest treffende systeem. Deze techniek heeft, in tegenstelling tot klassieke drainage, als doel om zoveel mogelijk water vast te houden op het perceel met behulp van een regelput. Hierdoor kunnen telers tijdens natte periodes water afvoeren en in droge periodes de waterspiegel kunstmatig verhogen. Volgens het drainagebedrijf is dit de manier om snel te schakelen tijdens onvoorspelbare groeiseizoenen. “Het is een kwestie van een aanpassing in de hoogteregeling van de waterstand, waarbij de pomp water afvoert of laat afstromen naar de sloot”, legt Martien Ploegmakers, eigenaar van De Ploegmakers Groep, uit.
Subirrigatie
En wil je dan nog een stap verder gaan, dan is subirrigatie het overwegen waard. Dit is een complexer irrigatiesysteem waarbij water onder het grondoppervlak wordt aangevoerd. “Je draait hiervoor als het ware de pomp om in de grond”, stelt Ploegmakers. Via een centrale leiding als hoofdaanvoer wordt het water naar de bodem gebracht, waardoor de grondwaterstand verhoogt. Het water stijgt door capillaire werking naar de wortelzone van de plant. Hierdoor krijgt de plant efficiënt toegang tot water, zelfs wanneer het niet direct aan de oppervlakte aanwezig is.
Er zit echter een kanttekening aan, want niet elke grondsoort is geschikt. Zwaardere gronden met voldoende capillaire werking zijn optimaal, maar op lichtere zandgronden is de zwaartekracht sterker dan de capillaire kracht, waardoor het water sneller wegstroomt. “Ga ten alle tijde na welk systeem past bij jouw teelt, jouw grond en jouw regio”, concludeert Ploegmakers.

Afbreekbare drainagebuizen
Alldrain, partnerbedrijf van De Ploegmakers Groep, is druk bezig met het ontwikkelen van afbreekbare drainagebuizen. Drainagebuizen raken verstopt en slijten, maar worden vaak niet van percelen verwijderd. Als reactie hierop ontwikkelde Alldrain een drainageslang die in ieder geval vijftien jaar lang, afhankelijk van het type, bruikbaar is. Daarna zullen de buizen langzaam imploderen en afbreken. Momenteel wordt er geëxperimenteerd met buizen die tot wel dertig jaar bruikbaar zijn. Dit jaar zijn de eerste afbreekbare drainageslangen aangelegd en in gebruik genomen.
Strategisch bemesten
Stikstofbemesting is een veelbesproken onderwerp, omdat telers zich afvragen hoe ze hier het komende jaar mee om moeten gaan. Voor Vlamings BV is dat voldoende reden om hier tijdens de kennismiddag aandacht aan te besteden. Broeks stelt vast: “De juiste timing en meststof, samen met biostimulanten, moeten helpen om het gat te dichten en toch de gewenste opbrengsten te behalen ondanks de gereduceerde bemesting.”
Wat timing betreft lijkt er nog veel winst te behalen op percelen. In het verleden werd er relatief veel mest aangevoerd aan de basis van het groeiseizoen. Toch is vastgesteld dat dit niet in lijn loopt met de opname van het gewas. Tijdens de eerste groeifase heeft de ui namelijk relatief weinig stikstof nodig. De opnamepiek vindt plaats vanaf het vier pijpjesstadium tot halverwege de bolling. Dit is dan ook het ideale moment om meststoffen aan te voeren. Maar ook met gefractioneerde mestaanvoer boek je als teler al winst. “Hoewel niet alle akkerbouwers staan te springen om vaker het land op te gaan, kan deze relatief eenvoudige aanpassing ervoor zorgen dat ze toch de goede resultaten behalen”, zegt Van den Berkmortel. Bij de juiste toepassing kan namelijk veel uitspoeling worden voorkomen.
Nitraat
De makkelijkst beschikbare, en ook veelgebruikte mestvorm is nitraat. Snel beschikbaar klinkt positief, maar niets is minder waar. Als je deze meststof toevoegt aan de basis van het groeiseizoen dan verlies je, afhankelijk van de neerslag, al snel zo’n dertig tot vijftig procent van je meststof tijdens het groeiseizoen, volgens sprekers op deze bijeenkomst. Nitraat is een klein, negatief geladen molecuul dat niet bindt aan het kleihumuscomplex. Deze eigenschap maakt dat het relatief snel uitspoelt als het niet direct door de plant wordt opgenomen, zeker bij veel neerslag.
Langzaam vrijkomende mestvormen als ammonium of ureum zijn positief geladen elementen en plakken om die reden een stuk makkelijker vast aan het kleihumuscomplex. Hiermee wint de ui tijd om de meststof ook op een later moment nog op te nemen. Als er nog meer vertraging nodig is bieden de adviseurs van Vlamings BV ook de mogelijkheid om te kiezen voor een gecoate meststof. Van den Berkmortel voegt daaraan toe: “Hoe complexer de meststof, hoe minder vaak je het land hoeft te bemesten tijdens het groeiseizoen.”
Kunnen we dan niet beter helemaal terug naar vaste mest? Volgens Van den Berkmortel en Broeks is dat echter ook niet per se de oplossing. Deze mestvorm blijft namelijk tot na het groeiseizoen vrijkomen. Daarom kun je deze meststof niet volledig beschikbaar stellen voor het gewas. Samen met de teler op zoek gaan naar de perfecte balans is dus cruciaal. Van den Berkmortel zegt ook: “Het mooie van deze zoektocht en de vermindering van mesttoevoer is dat ook andere gebreken, zoals een tekort aan zwavel, mangaan of kalium, boven komen drijven. Hoewel dit de puzzel complexer maakt, investeert de teler wel in zowel de algehele bodemgezondheid als de gezondheid van het gewas.”
Rassenkeuze
Tijdens de kennismiddag nam Hazera, specialist in groentezaden, de tijd om te praten over rassenkeuze, zaaitechnieken en veredeling. Vroeger zag je dat veredelaars zich hoofdzakelijk richtten op opbrengstverhoging. Dat lijkt de laatste jaren flink te veranderen. “Tegenwoordig moeten rassen weerbaar zijn”, concludeert Van den Berkmortel.

Volgens Broeks was een focus op de vergroting van het wortelstelsel opmerkelijk. Het voordeel hiervan is dat het gewas, dankzij meer en diepere wortels, meer nutriënten kan opnemen. Dit maakt het gewas minder stressgevoelig en weerbaar. De kans op trips of valse meeldauw wordt daarmee ingeperkt. Daarnaast groeien de rassen rustiger, omdat er meer energie geïnvesteerd wordt in de wortelontwikkeling. Daarnaast vergroot dit de opneembaarheid van gemineraliseerde stikstof, omdat het gewas simpelweg langer staat. In uitdagende groeiomstandigheden komt deze eigenschap ook de opbrengst ten goede. Hier maken zij het verschil ten opzichte van andere rassen, hoewel er wat meer geduld nodig is.
Valse meeldauwresistentie
Daarnaast blijft valse meeldauwresistentie een aandachtspunt. Telers hebben steeds minder chemische gewasbeschermingsmiddelen tot hun beschikking. Een ingebouwde resistentie biedt daarom veel voordelen. Meeldauw heeft een lange incubatietijd van zo’n twee tot drie weken. Dat betekent dat er aanzienlijk veel tijd verstrijkt, voordat de infectie zichtbaar wordt in het veld, terwijl de eerste aantasting al weken eerder heeft plaatsgevonden. Helaas kan een akkerbouwer dan weinig meer doen om er hetzelfde seizoen weer vanaf te komen. Preventieve maatregelen zijn daarom noodzakelijk. Stressreductie bevordert de weerbaarheid van het gewas. Een constante watertoevoer, zoals druppelirrigatie, kan de groei rustig en gelijkmatig laten verlopen.
Vaccineren met salicylzuur
Het sturen van het natuurlijke afweersysteem is, naast een goede basisgezondheid van plant en bodem, een ingreep met veel potentie. Planten hebben twee belangrijke verdedigingsroutes: de jasmonzuurroute en de salicylzuurroute. Door deze verdedigingsmechanismen te beïnvloeden, worden gewassen beter bestand tegen schimmels en insecten. Dit biedt kansen om de natuurlijke weerbaarheid van planten te versterken.
“Hiervoor moet je denken aan een vaccinatie”, licht Broeks toe. “Via de salicylzuurroute geef je salicylzuur aan de plant. Doordat de plant zich hiertegen gaat weren, leert hij hoe zijn eigen afweersysteem werkt. Zo kan de plant op latere momenten beter zijn afweersysteem activeren bij infectiedruk.” Het concept staat nog in de kinderschoenen. Momenteel zijn er nog veel factoren die het succes van de vaccinatie beïnvloeden, zoals bemesting. Toch zijn Broeks en Van den Berkmortel vooralsnog enthousiast.
Tekst: Annabel Klein Woolthuis
Beeld: Vlamings BV